dinsdag 10 augustus 2010

ARTIKEL: VAKANTIEALCOHOLISME

Alcoholisme op vakantie


Na twee weken surf vakantie met men flodder vrienden in het Spaanse stadje Zarautz, heeft mijn oog een fenomeen gespot. Vakantiealcoholisme. Door een combinatie van volledige vrijheid, goedkope prijzen in de locale supermarkten en “ze kennen ons hier toch niet”, blijkt het sneller in je vakantieroutine te sluipen dan je verwacht. Het startte met elke avond in een lege fles een mix te maken van bijvoorbeeld whisky cola of rum cola. Whisky cola werd al snel een vaste waarde tijdens de avonden in Zarautz. Opmerkelijk was, naarmate de vakantie verstreek, hoe de drank/frisdrank verhoudingen veranderde.


Ingenieus


Vakantiealcoholisme is ook een bijzonder creatieve kwaal. Bij de locale gélateri verkochten ze milkshakes in plastieken bekers met rietje. Vergelijkbaar met de drankbeker van een peuter waar niet gemorst mee kan worden. Later deden deze bekers dienst als drankbeker. Vervolgens konden door deze praktische dingen op nieuwe plaatsen gedronken worden, zoals in de douche. Het is blijkbaar heerlijk om voor het avondeten je te gaan douchen en zeker al wat voor te drinken in de douche met een warme waterstraal op je rug. Door de handige bekers met sluiting, komt er geen water in je wodka orange !


The pee side of the cup


Maar deze functionele bekers hadden ook een keerzijde. Een van mijn kompanen kon op ongepaste momenten ( ‘s morgens) de meest irritante dingen doen. Aangezien dat woorden geen vat op hem hebben, hadden we daden nodig om zijn gedrag wat in te tomen. Mijn vrouwelijke compagnon had zijn drankbeker die ochtend meegenomen naar de toiletten om die te voorzien van wat lekkere ochtendurine. Wanneer ze de beker terug in zijn tent had gezet, merkte hij dat zijn sinaasappelsap toch een erg donkere kleur had. Dit resulteerde in een klein gekibbel waar er heen en weer werd gesmeten met de pisbeker. Wees gerust, iedereen bleef vrij van urine buiten de tenten.


“Van je hoemp oempa ééh”


Door het (bijna) permanente dronkenschap begon het vakantiealcoholisme onze prefrontale cortex te prikkelen, het muzikale deel van onze hersenen dus. Er ontstonden korte refreintjes met grappige one liners. Toen onze gekke geest M. een leuke jonge dame in de bar had gespot, schreeuwde hij plots de aanstekelijke woorden uit: “met da roos oep den toog, doet da bloeske moar oemhoog”. Of wanneer we uitgingen en het vrouwelijke gezelschap dringend moest plassen, borrelde de toepasselijke lyrics op: “ I need to pee pe e pee behind a tree tree tree”.


Tijdens de wazige twee weken gebeurde het ook dat er één persoon werd geviseerd en tijdens zijn comateuze slaap op zijn gezicht getekend werd. De gepaste wraakactie hierop is natuurlijk met de dader in kwestie naar de sanitaire blok te trekken. Omdat we op een camping waren, waren de douches allemaal aparte hokjes. De wreker ging in het hokje naast de dader douche, kakte er en schopte de drets naar hem toe. Vanaf nu staat P. bekent als P. “i shit everywhere” A. L.


Nog steeds een beetje vaag kijk ik terug op onze surf vakantie, die eerder leek op een festival van twee weken. Dag in dag uit naar de kloten gaan, daarvoor doen we het.

ARTIKEL: FLUNKYBALL

FLUNKYBALL


Zuipen voor de ploeg


Dankzij god voor onze Duitse buren. Als je circle of death, beerpong of andere drankspellen beu hebt gespeeld, dan komt Flunkyball. Het drankspel geeft coördinatie, snelheid, timing, teamwork aan een rondje drinken. In Duitsland is het een (onofficiële) nationale sport en sinds een tijdje is het naar het hart van België overgewaaid, Antwerpen. Het terrein bij voorkeur om op te spelen is een groot plein zoals het Theaterplein voor de stadsschouwburg. Momenteel worden de meeste flunkyspellen daar gespeeld. Eenmaal gespeeld wordt je gebeten door een competitieve drang om te winnen/drinken. Het spel speel je zo:


Je vormt twee teams van twee tot twaalf personen met één teamcaptain. De captains spelen schaar-steen-papier om te beslissen wie er begint. Het speelveld zijn twee rechthoekige vakken, op de middenlijn wordt in het midden een halflege fles gezet. Elk team neemt plaats op de achterste lijnen. De spelers staan naast elkaar met ieders een vol blikje bier dat simultaan wordt opengedaan. Het team dat begint, start met een bal te gooien naar de fles die in het midden staat. Het doel is de fles om te gooien. Als de fles neer ligt mag het team dat geworpen heeft beginnen drinken. Eén iemand van het andere team probeert zo snel mogelijk de fles recht te zetten en terug naar zijn team te lopen. Als dit gebeurt is moet het andere team stoppen met drinken. Het spel gaat zo door tot één van de teams al zijn bier heeft opgedronken. Dat team wint.

Je mag tijdens het spel het andere team afleiden met scheldwoorden, geëxposeerde lichaamsdelen, grappige opmerkingen of gebaren om hen zo slecht mogelijk te laten gooien. Iedereen drinkt zijn eigen bier op, je mag niet elkanders bier opdrinken. Als er fouten gemaakt worden resulteert dit in strafslokken voor de andere ploeg.


Het spel begint langzamerhand populariteit te verwerven onder de Vlaamse jeugd. Het is echter nog steeds gissen wanneer Flunky een “cultsport” wordt.



pastedGraphic.pdf


ARTIKEL: EPIC SEA BATTLE

EPIC SEA BATTLE

Piraten, rubberen bootjes en romeinse kaarsen


Volgende week troepen ik en mijn vrienden samen om een zeegevecht van epische proporties te houden. Georganiseerd door onze creatieve, ondernemende M. Wederom heeft hij een concept bedacht dat verbazend origineel is maar tegelijk, zoals altijd, onverantwoord en kinderachtig. Wij, jonge volwassenen doen namelijk niets liever dan ons goed verstand overboord gooien, ons verkleden als piraten en met vuurwerk op elkaar schieten.


“Op deze zonnige zomerdag, als de schemering is aangebroken, zullen wij ons allen verenigen op het Galgeweel. Verkleed als piraten zullen wij een epische zeeslag uitvechten met als doel de last man floathing te zijn! Achteraf kunnen we onze wilde zeemansverhalen uitwisselen aan het grote kampvuur, terwijl we tellen hoeveel beers er on the wall zijn!”


Het concept gaat als volgt: iedereen die we kennen en zich geroepen voelt, mag meedoen. Zelf zorg je voor je bootje, roeispanen, bescherming/schild en romeinse kaarsen. Romeinse kaarsen zijn een soort van vuurwerk dat bestaat uit een lange papieren koker die lagen met kogeltjes bevatten. Eenmaal aangestoken schieten de kogeltjes er laag per laag uit. Alle spelers moeten als piraat verkleed zijn om het spektakel compleet te maken. Wanneer iedereen op het water is kan het gevecht beginnen. Je schiet met de romeinse kaarsen naar elkaars bootje om het te doen zinken. Het laatste bootje op het water wint de schatkist vol pilsjes. Elke speler heeft voor de aanvang van het gevecht een aantal blikjes bier in de kist moeten steken, liefst onze vertrouwde drank, Cara pils.


Ironisch genoeg is er bij deze fantasierijke activiteit relatief goed gedacht aan de veiligheid. Aangezien het gevecht op water is, zou er minimaal (ver)brand(ings)gevaar zijn. Je bikini of zwembroek moet ten alle tijden nat zijn. De piraten moeten een duikbril opzetten om de ogen te beschermen (een duikbril en ooglapje zal waarschijnlijk voor een interessant effect kunnen zorgen). Heel het gevecht zal door iedereen aanwezig worden gefilmd en gefotografeerd zodat alles vastgelegd kan worden als grappig you - tube filmpje.



pastedGraphic.pdf

zondag 18 juli 2010

Ramen

Ramen


Rijen ramen evenwijdig naast elkaar. Kleine ramen duiden op kleine ruimtes. Grote,hoge ramen wijzen op majestueuze ruimtes. De gevel kan het verleden niet verbergen. Jong of verwaarloosd. Een felle, levendige tint op de raamlijst of afgebladderde grauwe kleuren. Je kunt haast weten wie er achter woont. Slordig of netjes, oud of jong, verfijnd of bruut. Je kunt zien of ze de ochtend groeten of liever verdwijnen in het holst van de nacht. Of ze houden van prullaria die gezelligheid scheppen of eerder van een strak smetteloos interieur met een boel regels. Of ze licht leven of gehuld in duisternis. Alles open delen of gesloten op zichzelf zijn.


Je kijkt naar dagelijkse routines of emotionele uitspattingen. Of mensen die zelf achter het raam het leven observeren dat ze niet meer kunnen volgen. Dan kruisen blikken. Een grote frons en een boos gezicht komen op je af. Er is verontwaardiging en onmacht. Met één beweging worden de blikken gescheiden. Nu is het enkel nog gissen hoe het leven achter het raam wordt verder gezet in de duisternis.

Personage met geheugenverlies: "Amnesia"

“Amnesia”


Haar leven is een legpuzzel waarvan ze net de stukken heeft gelegd. Een compositie van betekenisloze beelden geboren uit vergeten daden die haar genadeloos in het patroon van alledag opnemen.


Haar kamer is een naadloos geheel. Toch lijkt het alsof het interieur rust op een luchtbel waaronder de realiteit zich verschuilt. Het raam lijkt een schilderij van Magritte. De avond valt letterlijk door het raam. Scherven dragen het landschap en liggen er gedesillusioneerd bij. De realiteit komt plots anders op haar neer. Ze vraagt zich af of ze zich een routine herinnert, die helderheid zou kunnen scheppen. Haar gedachten dwalen naar vroeger, zij bewijzen haar bestaan. En kunnen haar terug kneden tot de persoon die ze was.


Warme zonnestralen vallen op haar neer. Het gevoel van de lichtdeken die zich rond haar wikkelt, stelt op haar gemak. Als ze haar ogen sluit, merkt ze dat ze deze collage beplakt met stroken uit het onbenoemde, langzamerhand kan thuisbrengen. Als uiteindelijk alle indrukken samen een omvangrijk panorama vormen, vertoont de vertrouwde realiteit zich weer.


Onderwerp: leegte

Leegte


“Je moet van niets bang zijn!” Dat vertelden mijn ouders me al van kleins af aan.

Ze hebben gelijk, ik ben van niets bang. Niets, noppes, nihil en leegte. Die leegte die nooit gevuld geraakt. Ook al heb je steeds alles, er is altijd wel iets dat je mist. Vandaag woekert dat gevoel harder dan ooit.

Ik ben bang van niets, ik heb schrik van de leegte. Die wordt langzaam groter , besluipt me en geeft me een grote duw zodat ik erin val. Ik probeer de leegte te blokkeren door mijn verstand te verdoven. Door stukken stof te kopen om die te bedekken.

Ik barricadeer de holte, die voor niemand zichtbaar is, maar waar ik uiteindelijk in zal tuimelen.

Om angsten te overwinnen, focus ik me vaak op iets anders. Heldere gedachten, leuke momenten, innige aanrakingen en tedere strelingen. Die maken van de leegte een aangenamere plek. Het maakt me niet uit hoe lang die aanrakingen duren, zo lang ze er maar zijn. Ik dwaal van strelingen naar aaitjes en kroelen. Om vervolgens terug te stuiteren in de kille, grijze leegte.

Wanhopig probeer ik mezelf op te trekken om uit deze vicieuze cirkel te komen maar de zwaartekracht houdt me tegen.

Het is een zware last om niets te dragen.

Maar het is nog zwaarder om de leegte ergens te dumpen.

Want uiteindelijk zal ik er terug over struikelen.

Essay (poging tot ;) )

Schrijven: vernieuwend of imitatie?


Ik baseer veel teksten op mijn leven, toch is het een manier om te ontsnappen aan de dagelijkse realiteit. Ik zou schrijven vergelijken met dromen. Dromen is een proces dat ‘s nachts gebeurt. Een droom verwerkt al de indrukken en gedachten van die dag. Als je niet zou dromen, word je ronduit gek. Mijn schrijfdrang wordt meestal ook ‘s nachts opgewekt, spijtig genoeg ten koste van mijn dierbare slaap. Mijn gedachten en indrukken van die dag beginnen door mijn hoofd te razen. Ze worden zinnen, die hardnekkig in mijn hoofd blijven plakken, tot ik ze eruit trek en verban naar een vel papier. Later verwerk ik deze hersenspinsels uit, vaak zijn ze een interessante aanzet tot een stukje tekst.


Ik schrijf eerder voor mezelf. Ik ben nog lang niet moedig en zelfzeker genoeg om bladzijden vol te schrijven met mijn woorden. Soms kunnen die op niets slaan en vind ik het niet de moeite om te delen. Toch is schrijven iets dat altijd in mijn leven aanwezig is geweest en zal zijn. Het gebeurt tijdens bepaalde periodes. In vlagen kribbel ik op elk stukje papier woorden. Er zijn periodes waarin mijn pen en brein sluimeren en alles zich herhaalt en uitdooft.


Inspiratie is ook zoiets vreemds. Ik heb er een ongewone verhouding mee. Op een of andere manier associeer ik inspiratie met imitatie. Als ik me laat inspireren krijg ik de indruk dat ik iets bestaand in mijn eigen woorden omzet en er geen vernieuwend geheel ontstaat. Dit had ik onlangs nog nadat ik “De wetten” van Connie Palmen had gelezen. Mijn voorkeur gaat vaak uit naar boeken met een filosofische achtergrond, maar dit boek overdonderde me gewoon. Meteen nadat ik de laatste bladzijde omdraaide, kreeg ik een enorme drang om iets te vertellen. Ik begon onmiddellijk te schrijven. Al na een viertal regels dacht ik dat ik plagiaat pleegde. Namaak, imitatie, niet origineel, een kopie. Als de inspiratie niet uit mezelf komt, krijg ik een wrange verhouding met de woorden op het blad. Alsof ze gewoon zijn overgeschreven.


Ik denk dat de bron van inspiratie niet iets afgewerkt mag zijn, ofwel een klank, een indruk, een gevoel. Iets wat door jezelf omgezet wordt naar iets meer tastbaars. Niet al wat geschreven is omzetten naar een gelijkaardig iets. De drang om origineel te zijn is frustrerend, maar het resultaat ervan bevredigt mij het meest.