zondag 18 juli 2010

Ramen

Ramen


Rijen ramen evenwijdig naast elkaar. Kleine ramen duiden op kleine ruimtes. Grote,hoge ramen wijzen op majestueuze ruimtes. De gevel kan het verleden niet verbergen. Jong of verwaarloosd. Een felle, levendige tint op de raamlijst of afgebladderde grauwe kleuren. Je kunt haast weten wie er achter woont. Slordig of netjes, oud of jong, verfijnd of bruut. Je kunt zien of ze de ochtend groeten of liever verdwijnen in het holst van de nacht. Of ze houden van prullaria die gezelligheid scheppen of eerder van een strak smetteloos interieur met een boel regels. Of ze licht leven of gehuld in duisternis. Alles open delen of gesloten op zichzelf zijn.


Je kijkt naar dagelijkse routines of emotionele uitspattingen. Of mensen die zelf achter het raam het leven observeren dat ze niet meer kunnen volgen. Dan kruisen blikken. Een grote frons en een boos gezicht komen op je af. Er is verontwaardiging en onmacht. Met één beweging worden de blikken gescheiden. Nu is het enkel nog gissen hoe het leven achter het raam wordt verder gezet in de duisternis.

Personage met geheugenverlies: "Amnesia"

“Amnesia”


Haar leven is een legpuzzel waarvan ze net de stukken heeft gelegd. Een compositie van betekenisloze beelden geboren uit vergeten daden die haar genadeloos in het patroon van alledag opnemen.


Haar kamer is een naadloos geheel. Toch lijkt het alsof het interieur rust op een luchtbel waaronder de realiteit zich verschuilt. Het raam lijkt een schilderij van Magritte. De avond valt letterlijk door het raam. Scherven dragen het landschap en liggen er gedesillusioneerd bij. De realiteit komt plots anders op haar neer. Ze vraagt zich af of ze zich een routine herinnert, die helderheid zou kunnen scheppen. Haar gedachten dwalen naar vroeger, zij bewijzen haar bestaan. En kunnen haar terug kneden tot de persoon die ze was.


Warme zonnestralen vallen op haar neer. Het gevoel van de lichtdeken die zich rond haar wikkelt, stelt op haar gemak. Als ze haar ogen sluit, merkt ze dat ze deze collage beplakt met stroken uit het onbenoemde, langzamerhand kan thuisbrengen. Als uiteindelijk alle indrukken samen een omvangrijk panorama vormen, vertoont de vertrouwde realiteit zich weer.


Onderwerp: leegte

Leegte


“Je moet van niets bang zijn!” Dat vertelden mijn ouders me al van kleins af aan.

Ze hebben gelijk, ik ben van niets bang. Niets, noppes, nihil en leegte. Die leegte die nooit gevuld geraakt. Ook al heb je steeds alles, er is altijd wel iets dat je mist. Vandaag woekert dat gevoel harder dan ooit.

Ik ben bang van niets, ik heb schrik van de leegte. Die wordt langzaam groter , besluipt me en geeft me een grote duw zodat ik erin val. Ik probeer de leegte te blokkeren door mijn verstand te verdoven. Door stukken stof te kopen om die te bedekken.

Ik barricadeer de holte, die voor niemand zichtbaar is, maar waar ik uiteindelijk in zal tuimelen.

Om angsten te overwinnen, focus ik me vaak op iets anders. Heldere gedachten, leuke momenten, innige aanrakingen en tedere strelingen. Die maken van de leegte een aangenamere plek. Het maakt me niet uit hoe lang die aanrakingen duren, zo lang ze er maar zijn. Ik dwaal van strelingen naar aaitjes en kroelen. Om vervolgens terug te stuiteren in de kille, grijze leegte.

Wanhopig probeer ik mezelf op te trekken om uit deze vicieuze cirkel te komen maar de zwaartekracht houdt me tegen.

Het is een zware last om niets te dragen.

Maar het is nog zwaarder om de leegte ergens te dumpen.

Want uiteindelijk zal ik er terug over struikelen.

Essay (poging tot ;) )

Schrijven: vernieuwend of imitatie?


Ik baseer veel teksten op mijn leven, toch is het een manier om te ontsnappen aan de dagelijkse realiteit. Ik zou schrijven vergelijken met dromen. Dromen is een proces dat ‘s nachts gebeurt. Een droom verwerkt al de indrukken en gedachten van die dag. Als je niet zou dromen, word je ronduit gek. Mijn schrijfdrang wordt meestal ook ‘s nachts opgewekt, spijtig genoeg ten koste van mijn dierbare slaap. Mijn gedachten en indrukken van die dag beginnen door mijn hoofd te razen. Ze worden zinnen, die hardnekkig in mijn hoofd blijven plakken, tot ik ze eruit trek en verban naar een vel papier. Later verwerk ik deze hersenspinsels uit, vaak zijn ze een interessante aanzet tot een stukje tekst.


Ik schrijf eerder voor mezelf. Ik ben nog lang niet moedig en zelfzeker genoeg om bladzijden vol te schrijven met mijn woorden. Soms kunnen die op niets slaan en vind ik het niet de moeite om te delen. Toch is schrijven iets dat altijd in mijn leven aanwezig is geweest en zal zijn. Het gebeurt tijdens bepaalde periodes. In vlagen kribbel ik op elk stukje papier woorden. Er zijn periodes waarin mijn pen en brein sluimeren en alles zich herhaalt en uitdooft.


Inspiratie is ook zoiets vreemds. Ik heb er een ongewone verhouding mee. Op een of andere manier associeer ik inspiratie met imitatie. Als ik me laat inspireren krijg ik de indruk dat ik iets bestaand in mijn eigen woorden omzet en er geen vernieuwend geheel ontstaat. Dit had ik onlangs nog nadat ik “De wetten” van Connie Palmen had gelezen. Mijn voorkeur gaat vaak uit naar boeken met een filosofische achtergrond, maar dit boek overdonderde me gewoon. Meteen nadat ik de laatste bladzijde omdraaide, kreeg ik een enorme drang om iets te vertellen. Ik begon onmiddellijk te schrijven. Al na een viertal regels dacht ik dat ik plagiaat pleegde. Namaak, imitatie, niet origineel, een kopie. Als de inspiratie niet uit mezelf komt, krijg ik een wrange verhouding met de woorden op het blad. Alsof ze gewoon zijn overgeschreven.


Ik denk dat de bron van inspiratie niet iets afgewerkt mag zijn, ofwel een klank, een indruk, een gevoel. Iets wat door jezelf omgezet wordt naar iets meer tastbaars. Niet al wat geschreven is omzetten naar een gelijkaardig iets. De drang om origineel te zijn is frustrerend, maar het resultaat ervan bevredigt mij het meest.